Schrijvers archief DDV

doorDDV

Briefadres

Wij zijn door het Dienst Basisinformatie van de Gemeente Amsterdam bevoegd een briefadres te verstrekken aan specifieke daklozen. Het verkrijgen van een briefadres is verbonden aan regels. Je kunt ze hier lezen en wij kunnen het u ook vertellen als u langskomt op ons spreekuur.

Hier kunt u meer lezen over onze diensten, waaronder het briefadres.

doorDDV

Contact

Je kunt ons op verschillende manieren bereiken. Via de mail wij reageren op werkdagen binnen 48 uur. Ook kunt u ons bellen om een persoonlijke afspraak te maken. Wij zijn tijdens het spreekuur telefonisch bereikbaar op: 06-13054110. Wij houden inloopspreekuur op de Nieuwe Herengracht 18, 1018 DP te Amsterdam.

Hier kunt u meer lezen over de Daklozenvakbond, onze diensten, ons spreekuur

doorDDV

Straatjuristen stoppen ermee

‘Niemand luistert naar ons’ Caroline de Groot: ‘In het mensenrechten verdrag staat dat iedereen recht heeft op opvang. De gemeente komt ineens met eisen van zelfredzaamheid.’ De twee medewerkers van Bureau Straatjurist, waar daklozen terecht kunnen met vragen, stoppen ermee. Ze lopen vaak tegen te starre Amsterdamse regels aan. ‘Dit is waar je rechten voor studeert.’

Het parool door: Hanneloes Pen

Jurist Caroline de Groot (59) is inmiddels een bekende in de daklozenwereld. Al zeven jaar helpt de oud verpleegkundige dak- en thuislozen met juridische adviezen over het verkrijgen van een opvangplek of uitkering of bij de kwijtschelding van schulden. Maar met stip op één staat haar hulp bij het aanvragen van een briefadres. “Het is de meest gestelde vraag van daklozen: hoe kom ik aan een briefadres? Zonder briefadres besta je niet. Je krijgt geen uitkering, geen zorgverzekering, geen DigiD. Je kunt je niet inschrijven bij Woningnet en mag niet de stemmen.

Eigenlijk ben je rechteloos.” Het is een hoofdpijndossier, zegt ze, dat nog steeds niet is opgelost. “Elk jaar weer schrijven we het op in ons jaarverslag en kaarten we het aan in het overleg. Vooral mensen die bij iemand op de bank slapen – dat kunnen dakloze gezinnen en alleenstaanden zijn- krijgen geen briefadres. Er wordt helaas niets aan gedaan.”

Ambassadeur Van der Laan

De Groot zette zeven jaar geleden, na haar studie rechten, het juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen op dat al snel werd omgedoopt tot Bureau Straatjurist. “Dat is waar je rechten voor studeert: voor mensen die kwetsbaar zijn.”
Het steunpunt werd destijds geopend door burgemeester Eberhard van der Laan, die ambassadeur van de daklozen was. Om het jaar nodigde hij de medewerkers van Straatjurist uit voor een gesprek. “Hij vond het, als oud advocaat, belangrijk dat daklozen toegang hadden tot het recht en ook dat ze stemrecht hadden.”
Weggestuurde daklozen krijgen geen beslissing op papier en kunnen dus ook geen bezwaar aantekenen. De ambtenaar die vervolgens door Van der Laan op haar af werd gestuurd, beloofde dat er een loket zou komen waar daklozen hun briefadres kunnen aanvragen. “Maar dat loket is er nog steeds niet. Er is inmiddels wel een mailadres waar ze naar kunnen schrijven en via dat adres worden ze al dan niet afgewezen.”

In zeven jaar 2705 daklozen geholpen

De Groot heeft in die zeven jaar op de kop af 2705 daklozen geholpen. Toen ze net begon, kende ze Amsterdam, noch de daklozenwereld. Ze verspreidde folders van haar steunpunt en hield kennismakingsgesprekken. Weldra liep haar ‘wachtkamer’ vol. In 2014 kwam haar collega Jenny Boer (60) erbij. Hun clientèle bestaat vooral uit mannen van middelbare leeftijd, de ‘klassieke’ dakloze, maar er komen ook gescheiden mannen langs die van adres naar adres trekken of moeders met kinderen die de nachten doorbrengen in hun kennissencircuit.
Een ander heikel punt in haar praktijk, zegt De Groot, is het ontbreken van een schriftelijke verklaring als daklozen worden geweigerd bij de opvang of het aanvragen van een uitkering. “Een dakloze die om opvang of een uitkering vraagt, wordt vaak weggestuurd bij de balie van de gemeente of DWI. Ze krijgen geen beschikking, een beslissing op papier, en kunnen dus ook geen bezwaar aantekenen. Hoe kan dat in een wereldstad als Amsterdam?”
Volgens het mensenrechtenverdrag heeft iedereen recht op opvang.

De gemeente komt ineens met eisen van zelfredzaamheid

Ook de regel dat daklozen niet worden opgevangen als ze zelfredzaam zijn, gaat haar aan het hart. “Als een dakloze geen psychiatrische problemen heeft of verslaafd is, is hij zelfredzaam en mag hij dus niet in de opvang. Wij vinden dat een rare interpretatie van de wet. Volgens het mensenrechtenverdrag heeft iedereen recht op opvang. De gemeente komt ineens met eisen van zelfredzaamheid. Iemand die op straat terecht komt, is toch duidelijk niet zelfredzaam.” De Groot en Boer voelen zich gesteund door het recente rapport van de Amsterdamse Rekenkamer die stelt dat de opvang in Amsterdam verte wensen overlaat. Er is geen opvang voor het groeiend aantal daklozen en de doorstroom is slecht. Ze publiceerde er wetenschappelijk over met Jochem Westert in het NJB.

Schrijnende gevallen

Nog één ding moet haar van het hart: de troosteloosheid van de opvang. “Waarom zijn de matrassen zo dun? Waarom krijgen daklozen geen kastzakje waar ze overdag hun rugzak of spullen kunnen neerzetten. Soms maak ik me zo zorgen over de hele schrijnende gevallen dan lever ik iemand letterlijk af bij de GGD of de opvang.” Toch is het na zeven jaar genoeg geweest en willen ze een statement maken. “We zijn het moe om elk jaar dezelfde riedel te ho
uden: dat iedereen recht heeft op opvang, dat de bejegening van daklozen beter moet, dat er beschikkingen moeten komen. Niemand luistert naar ons, wij worden er moedeloos van. Nu is de gemeente aan zet. Wij stoppen ermee.”
Twee nieuwe medewerkers nemen het Bureau Straatjurist volgende week over.
doorDDV

Rekenkamers: Daklozenopvang in vier grote steden ondermaats

Gepubliceerd: 24 mei 2018 09:22

De vier grote steden leveren niet genoeg passende ondersteuning aan dak- en thuislozen. Er zijn wachtlijsten voor zowel opvangbedden als betaalbare woonruimte om naar door te stromen. Dat komt naar voren uit een rapportage van de rekenkamers van de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht).

Het wachten op begeleiding en opvang leidt vaak tot verdere achteruitgang van de cliënt in kwestie. Ook na plaatsing schiet de ondersteuning vaak tekort. De steden kijken nog te veel naar het systeem en de regeltjes in plaats van naar de cliënt, luidt de kritiek.

Uit de rapporten blijkt verder dat de samenwerking tussen de vier grote steden op het gebied van daklozenbeleid minder is geworden, terwijl ze veel van elkaar zouden kunnen leren.

In elk van de steden is wel een beleidsonderdeel te noemen dat heel goed gaat. Zo krijgt een dakloze in Amsterdam een begeleider toegewezen die hem helpt instromen in de opvangprocedure. In Rotterdam geldt dat ook, maar alleen voor jonge daklozen tot 23 jaar.

In Utrecht wordt gefocust op financiële begeleiding, zodat de cliënt zijn geldzaken kan regelen als hij eenmaal weer op zichzelf woont. Den Haag regelt snel woonruimte en financiële hulp voor mensen die dakloos zijn geraakt door geldproblemen, maar die wel zelfredzaam zijn en geen verslavings- of psychiatrische problemen hebben.

De rekenkamers hebben het onderzoek gedaan, omdat het aantal dak- en thuislozen na een jarenlange daling weer lijkt toe te nemen. Ook is de populatie diverser geworden.

doorDDV

Steeds meer daklozen in Europa

Het aantal daklozen in Europa groeit de laatste jaren explosief. Ook in landen met goede sociale voorzieningen, zoals Nederland, neemt het aantal toe.

Dat schrijft Trouw op basis van een onderzoek van de Europese daklozenorganisatie Feantsa.

De directeur van de organisatie, Freek Spinnewijn, zegt in de krant dat het opvallend is dat het aantal daklozen ook toeneemt in landen als Nederland, Duitsland en Denemarken. Die landen hebben een goed socialezekerheidsstelsel om mensen te helpen voordat ze dakloos worden.

Een van de oorzaken is volgens Spinnewijn dat er flink is bezuinigd op daklozenprogramma’s tijdens de economische crisis. Ook zou er volgens de directeur meer gedaan moeten worden aan herintegratie van daklozen.

In Finland krijgen daklozen voorrang op sociale huurwoningen. Volgens de Finse organisatie achter deze maatregel is het niet eenvoudig om het in andere landen over te nemen. In veel Europese landen is namelijk een huizentekort, waardoor het toewijzen van woningen aan daklozen lastig wordt.

doorDDV

Housing First: ‘Daklozen weer burgers maken’

Daklozen met een verslaving van de straat plukken en een appartement geven, zonder enige voorwaarde, zonder verplichte begeleiding. Housing First is een programma dat in verschillende steden ter wereld aanslaat. “Leren omgaan met de stilte in een appartement is vaak nog het moeilijkste.”

P atricia (*) leefde vier jaar op straat, met al haar bezittingen in plastic zakken. Ze weigerde elke vorm van hulpverlening. Uiteindelijk stapte ze toch in het programma Housing First. Waarom? Omdat ze de garantie kreeg dat ze helemaal autonoom zou zijn en ze geen andere vorm van hulp of behandeling zou moeten aanvaarden.

Patricia kreeg een woning toegewezen. Daar zette ze geleidelijk kleine stappen van het straatleven naar een leven onder dak. De vrouw legde eerst karton op de vloer van de woonkamer en sliep daar de eerste maanden. Pas dan vroeg ze om een paar meubels. Later nog verhuisde ze naar de slaapkamer. Na zes maanden gebruikte ze voor het eerst de douche, en ondertussen maakt ze ook eten klaar in de keuken.

Die aanpak is typisch voor Housing First, zegt Muriel Allart van SMES-B aan brusselnieuws.be. Haar organisatie trekt samen met Infirmières de la Rue (IDR) aan de kar van het Amerikaanse hulpprogramma, dat in steeds meer steden over heel de wereld ingang vindt. Daklozen worden van de straat gehaald en krijgen een huurwoning, zonder enige voorwaarde. “Wij dwingen niemand om wat dan ook te doen nadat ze een woning hebben gekregen, maar we gaan wel heel vaak langs om te kijken wat de persoon zelf wil.”

“Selectiecriterium bij ons is dat de persoon op straat leeft, mentale problemen heeft én psychotrope middelen gebruikt,” zegt Allart. “Woonbegeleiding voor gezonde mensen is er al. Wij concentreren ons op mensen die problemen cumuleren en elders uit de boot vallen.”

Spiegel
De aanpak van Housing First is tegengesteld aan programma’s waar eerst aan de verslavingsproblemen van de dakloze gewerkt wordt, voor hij woningbegeleiding krijgt. Housing First kan echter veel betere resultaten voorleggen. “De woning is de basis. De persoon is veilig, eet gezonder omdat voeding in de koelkast kan, en hulpverleners hoeven de straten niet meer af te schuimen om hem te zoeken. En heel belangrijk: de identiteit van de persoon verandert, van ‘dakloze’ naar een burger met rechten zoals jij en ik. Dan is het veel makkelijker om je leven weer op de rails te krijgen.”

Dat toont ook het voorbeeld van Marie (*). Die woonde al tien jaar op straat toen ze een woning toegewezen kreeg. Sinds ze daar elke dag in een spiegel kan kijken, zorgt ze veel beter voor zichzelf en wil ze haar tandproblemen laten aanpakken. Ze drinkt daardoor ook veel minder dan voordien.

Terug naar de realiteit
Een woning kan ook meer onmiddellijk effect hebben dan een psychiatrische behandeling, ondervond Vincent Désirotte van IDR. “Zo hielpen we een man met ernstige problemen, het type dat op straat staat te roepen en dat je met moeite durft benaderen. Toen ik hem zei dat hij met mij een woning kon gaan bezichtigen, wilde hij me eerst niet geloven. Maar eenmaal we er waren, werd hij superpragmatisch: hoeveel kost het, hoe kan ik dat betalen, hoe netjes is de badkamer? Het was frappant hoe hij plots terugkeerde naar de realiteit. Het gaat nog altijd goed met hem.”

Ook de meeste andere ex-daklozen stellen het, met ups en downs, goed. Een veertigtal mensen zijn al gehuisvest, 90 procent zit nog altijd in de woning en 95 procent betaalt netjes de huur.

Nochtans lopen de eerste weken in de woning niet van een leien dakje, en zijn ze vaak zelfs moeilijker dan het leven op straat. “Plots duiken allerlei problemen op die er niet waren”, zegt Désirotte.

“Facturen voor gas en water lopen binnen, je moet rekening houden met je buren. En als je gewend bent aan voortdurend licht en lawaai op straat, dan kan een stille, eenzame flat heel bedreigend zijn. Onlangs gingen we met een man naar zijn nieuwe appartement. Eenmaal binnen werd hij plots veel nerveuzer en begon hij luid te praten. ‘Ik kan niet tegen de stilte’, bekende hij. Ze moeten echt leren om tijd alleen door te brengen, hun sociale contacten beheren. Tijdens de feestdagen is het voor ons hard werken, want veel ex-daklozen krijgen het dan erg moeilijk.”

Goedkoper
Toen de organisaties het project in 2008 leerde kennen, was er bij politici nog maar weinig enthousiasme, maar vandaag staat Housing First ingeschreven in het beleidsplan van federaal staatssecretaris voor Armoedebestrijding Elke Sleurs (N-VA). SMES-B en IDR hopen dat het in juni wordt verlengd.

“Een studie in Canada heeft aangetoond dat het programma goedkoper is dan wanneer de daklozen blijven meedraaien in de carrousel van opvangcentra, gevangenissen en ziekenhuizen. Dat zien we bij ons ook. Een ziekenhuis dat weet dat een patiënt dakloos is, houdt hem vaak veel langer in behandeling dan wanneer hij een huis heeft om naar terug te keren.”

(*) Om privacyredenen werden de namen in dit stuk veranderd.

doorDDV

Negen op tien daklozen van ‘Housing First’ blijven van straat

Gemiddeld 90 procent van de mensen die in Brussel in een ‘Housing First’-project gestapt zijn, blijven gehuisvest en zijn dus definitief van straat. “De resultaten zijn zeer positief”, besluit Brussels SP.A-parlementslid Hannelore Goeman.

Housing First is een methodiek om daklozen eerst aan een woning te helpen en tegelijk te zorgen voor begeleiding. Het bestaat in Brussel sinds 2015 en de verantwoordelijke ministers binnen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), Pascal Smet (SP.A) en Céline Fremault (CDH), hebben het budget verhoogd van 420.0000 euro in 2015 tot 1.420.000 euro in 2018. In totaal zijn nu 100 mensen gehuisvest. De bedoeling is om thuisloosheid structureel aan te pakken.

Momenteel worden vier projecten gesubsidieerd, Station Huisvesting van de vzw Diogène, Stepforward van Samusocial, de vzw Smes (Santé Mentale et Exclusion Sociale) en de vzw Straat Verplegers. “Smes richt zich op mensen met verschillende problemen, dikwijls een verslaving gecombineerd met depressies of een andere psycho-sociale problematiek. 33 mensen kregen huisvesting, 94% heeft nog altijd een vaste huisvesting. Ze hebben een echte thuis en krijgen professionele hulp. Dat zijn structurele oplossingen”, zegt Goeman (SP.A).

Station Huisvesting begeleidt 17 daklozen in de metro met een dubbele diagnose. 94 procent behoudt zijn huisvesting en er zijn gemiddeld 6 interventies per maand per huurder. Van de vier individuele contracten is er één teruggekeerd naar de straat.

Stepforward begeleidde 24 daklozen van 18 tot 25 jaar met een dubbele diagnose verslaving/geestelijke gezondheid, of die minder getroffen zijn door deze problematiek maar in een structurele breuk zitten. Twee jongeren hebben hun woning verlaten. Tien jongeren staan nog op de wachtlijst. De vzw Straat Verplegers volgde in totaal 35 patiënten, onder wie twee sterfgevallen, met een dubbele diagnose.

Minister Smet wijst erop dat Housing First de dakloosheid aanpakt op een vernieuwende manier, waarbij met de realiteit van het Brussels gewest rekening gehouden wordt. “De vier projecten stellen verschillende benaderingen voor ten aanzien van een divers publiek. Dat is wat de Housing First-projecten sterk maakt in onze gewest”.

Op lange termijn is het doel om de thuisloosheid in het Brussels gewest te verminderen met deze projecten. “Nu we de noodopvang voor daklozen wettelijk geregeld hebben, moeten we vooruitkijken en zoeken naar blijvende oplossingen voor thuisloosheid. De bedoeling van elk daklozenbeleid moet zijn om mensen opnieuw aansluiting te laten vinden bij de maatschappij. Uit deze resultaten blijkt dat Housing First werkt, ook in Brussel. En dat is logisch: je kan maar een leven opbouwen als je een dak boven je hoofd hebt”, besluit Hannelore Goeman.

doorDDV

Daklozen hebben vaker last van slaaptekort

Zwervers slapen gemiddeld zes uur en 31 minuten per nacht. Acht procent van hen slaapt minder dan vier uur per nacht. Dat blijkt uit een onderzoek onder Franse daklozen uit Parijs en omliggende steden, dat is gepubliceerd in JAMA Internal Medicine.

Aan 3.453 daklozen werd gevraagd naar hun slaapduur van de afgelopen tijd. Deze uitkomsten werden vergeleken met de resultaten van een onderzoek dat is gehouden onder de ‘gewone’ bevolking. 41 procent van de daklozen laat weten last te hebben van slapeloosheid, in vergelijking met 19 procent van de andere onderzoeksgroep. Daarbij heeft 33 procent last van vermoeidheid gedurende de dag, iets waar vijftien procent van de niet-daklozen mee te maken heeft.

Slaappillen

25 procent neemt weleens medicijnen om de slaap sneller te kunnen vatten, tegenover 15 procent van de mensen die niet dakloos zijn. Het onderzoek concludeert dat er meer aandacht moet worden geschonken aan het slaapgebrek van deze bevolkingsgroep. Zo zouden er in opvangcentra oordopjes, slaapmaskers en kussens voorhanden moeten zijn. Ook wordt aangeraden schermen tussen de bedden te zetten, zodat de daklozen zich veiliger voelen en daardoor wellicht de slaap beter kunnen vatten.

doorDDV

Daklozen steeds jonger en vaker allochtoon

Daklozen in Nederland zijn steeds jonger. Ook hebben deze mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats vaker een allochtone achtergrond. Dat blijkt vrijdag uit cijfers van het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek.Nederland telde dit jaar naar schatting 31.000 daklozen. Dat zijn er ongeveer evenveel als een jaar eerder, maar de samenstelling van deze groep is behoorlijk veranderd.

Het aantal jonge daklozen steeg volgens het CBS van 8.300 in 2015 naar 12.400 dit jaar, een toename van bijna 50 procent. Van de jonge daklozen is zes op de tien allochtoon. Ook verblijven 18- tot 30-jarige daklozen betrekkelijk vaak in een van de vier grote steden.

OuderenHet aantal daklozen tussen de 30 en 50 jaar is gedaald van 16.400 in 2015 naar ruim 13.000 in 2016. Zwervende ouderen worden steeds zeldzamer. Het aandeel 50- tot 65-jarigen zonder dak boven hun hoofd daalde naar minder dan 17 procent.

doorDDV

Verhuizing inloopspreekuur 17 december 2012

Het inloopspreekuur van de DDV is op maandag 17 december verhuist naar de nieuwe locatie in het Corvershof. Kelderingang aan de Nieuwe Herengracht (naast de trap).
In verband met de verhuizing en de heropening is het inloop spreekuur gesloten van vrijdag 14 december tot  maandag 17 december. De officiële opening van de nieuw ruimte is op donderdag 13 december om 16 uur. Aan genodigden is een uitnodiging verstuurd.